Erik Cadée: de basis is beter en dat moet
zich uitbetalen
Het is zomer 2006 en op
de eerste dag van het nieuwe schooljaar kijkt een
van de studenten verveeld om zich heen. ‘Wat doe ik
hier’, vraagt Erik Cadée zich af. In de pauze heeft
hij zijn antwoord klaar en laat de Brabander zijn
studie fysiotherapie voor wat deze is. Hij gaat zich
met hart en ziel op de sport te storten die hem lief
is, het discuswerpen.

Dat Cadée talentvol is, staat dan al jaren buiten
kijf. Tijdens het meerkampen in zijn pupillentijd
blijkt zijn aanleg en krijgt het kogelstoten en
discuswerpen gaandeweg steeds meer aandacht. Als hij
bij zijn vereniging in Vught werptrainster Monique
Kuenen tegen het lijf loopt, maakt de atleet, die
dan landelijk inmiddels zijn mannetje staat, snelle
vorderingen. De jongen, die op zijn tiende in de
atletiek de sport vindt waarin hij zijn talent en
energie kwijt kan, heeft in de moeder der sporten
een bij hem passend onderdeel gevonden.
Onder de hoede van Kuenen ruikt Cadée voor het eerst
aan het internationale werk. “Je weet dat je goed
bent, maar of je dat kan volhouden in de latere
categorieën, is de vraag”, kijkt Cadée terug op die
tijd. Tijdens zijn eerste internationale toernooi,
het Europees Jeugd Olympisch Festival (toen in 2001
nog EJOD geheten) schrikt de ranke atleet even als
hij de concurrentie ontmoet. Hij laat zich er niet
door van de wijs brengen en houdt de bredere en
opzichtiger gespierde jongens allemaal achter zich,
op één na. Met zilver en de les dat hij ook
internationaal mee kan, is hij echter dik tevreden.
In eigen land pakt hij vervolgens twee jaar
achtereen de nationale jongens A-titel met de discus
en de kogel en in 2003 bevestigt hij nogmaals
internationaal bij de top van zijn leeftijdsklasse
te horen als hij zich in Tampere tot Europees
juniorenkampioen bij het discuswerpen laat kronen.
Die discus is hem inmiddels liever dan de kogel. “Ik
heb er meer aanleg voor. Die schijf te zien vliegen
na een goede worp, dat is een prachtig gevoel. Dat
en iedere dag het uiterste uit jezelf halen, je
grens op te zoeken, ook in de krachttraining.”,
verhaalt Cadée enthousiast over de stiel die hem
sinds 2006 uit de schoolbanken houdt.
“Als ik alles uit mijn sport wil halen, moet ik er
ook volledig voor gaan”, motiveert Cadée zijn
drastische stap om met zijn studie te stoppen. “Ik
wil me later niet hoeven afvragen wat er zou zijn
gebeurd als ik volledig voor de sport was gegaan.”
Die motivatie, de morele en financiële steun van
zijn ouders plus de wetenschap dat zijn coaches
mogelijkheden zien, sterken in hem zijn overtuiging
dat hij de goede weg is ingeslagen.

Bij senioren bereikt hij zijn eerste hoogtepunt als
hij zich kwalificeert voor het WK 2007 in Osaka. “Nu
sta ik al hier en ik ben nog niet eens op mijn
best”, beseft hij in Japan. Cadée geniet er van deel
uite maken van de imposante line-up (“de anderen
zijn sterker, technisch beter”) maar weet wat hem te
doen staat om ook in een dergelijk veld mee te
kunnen doen. “Mijn sterke punt is het vermogen om
mijn kracht over te brengen naar de worp. En mijn
explosiviteit. Maar ik moet stabieler worden, meer
rust in het werpen krijgen. Niet steeds bevestiging
zoeken als het minder gaat, niet alleen op afstand
letten, maar op de techniek.”
Hij werkt er momenteel hard aan, drie dagen in de
week op Papendal met bondscoach Gert Damkat en onder
anderen Rutger Smith. De rest van de week traint hij
voor zichzelf en met Kuenen. Het uitgebreide
programma moet hem verder vooruit helpen. “Het is
lekker om intern op Papendal te zitten, dat geeft
toch rust. Geen files of andere dingen die maar
afleiden, je kunt je focussen op je sport.” Zo werkt
de atleet toe naar zijn doelstellingen: zich
verbeteren, het uiterste uit zichzelf halen en
presteren op de grote toernooien. “Dat laatste
stapsgewijs. Eerst wil ik me plaatsen, als ik er dan
toch ben ook zo hoog mogelijk eindigen en
uiteindelijk om de podiumplaatsen meedoen.”
Deze zomer, twee jaar na zijn besluit om de school
voor de sport te verruilen, staan in Beijing de
Olympische Spelen op het programma. De limiet ligt
op 64,5 meter en dat betekent dat Cadée zijn
persoonlijk record (62,88) zal moeten overtreffen.
Hij heeft er wel vertrouwen in. “Vorig jaar was ik
wisselvallig, nu ben ik stabieler. Ik heb het
afgelopen jaar veel geïnvesteerd. Mijn knie is weer
goed, ik heb drie dagen in de week op Papendal
getraind met Gert en Rutger, ik ben sterker geworden
en heb mijn techniek verbeterd. Mijn basis is dus
beter en dat moet zich uitbetalen. “
Meer over Erik:
Favoriete trainingsmuziek:
Pittige muziek met een bas, een beetje hardstyle
jump. Clubmuziek eigenlijk. Als er maar een harde
bas en een melodielijn in zit. En harde rock, dat
mag ook.
Bijgelovig?
Nee, maar wel heb ik goede muziek nodig op de
mp3-speler en in de auto naar de wedstrijd toe.
Zeker mee in de koffer naar de wedstrijd:
MP3-speler, laptop. En de werpschoenen gaan in de
handbagage. Eigenlijk al het basic-spul, dat leer je
snel genoeg als je aan internationale wedstrijden
gaat meedoen.
Trots op:
Trots, trots… ik vind het wel mooi dat ik het nu al
zo ver geschopt heb, terwijl ik er niet als één van
de sterksten uitzie: ze denken bij wijze van spreken
dat ik een hoogspringer ben en vervolgens gooi ik de
discus verder.
Wie worden er bedankt, als hij een medaille
wint:
Mijn ouders, die hebben me altijd gesteund in mijn
keuzes. Monique Kuenen, die heeft me op het juiste
spoor gezet en goed begeleid. En de bondscoach, Gert
Damkat.
Maat schoenen:
47 2/3
Grote voorbeeld:
Lars Riedl, net iets meer dan Alekna. Imposante
figuur, maar net als ik tengere benen. Hij gooit zo
gemakkelijk en is vijf keer wereldkampioen geworden.
Hobby’s:
Muziek luisteren, auto rijden, auto’s
Mooiste vrouw/man:
Mijn vriendin
Kun je tegen je verlies:
Ja, wel als ik de oorzaak bij mezelf kan vinden. Als
iemand anders beter is, maakt dat alleen uit als ik
beter had gekund.
Favoriete boek:
Ik houd niet van boeken lezen. Wel lees ik graag het
Top Gear magazine.
Favoriete film:
The Rock
http://www.atletiekunie.nl/index.php?page=920