Discuswerper
Erik Cadée (27) is met zijn 2.01 meter niet iemand die je snel over het
hoofd ziet. Hij maakt niet alleen indruk vanwege zijn lengte, maar des te
meer vanwege zijn werpprestaties. Zijn persoonlijk record scherpte hij dit
jaar aan tot 66,95 meter. De komende tijd staat alles bij hem in het teken
van de Olympische Spelen.
Discuswerpen… Hoe ben je daarmee in aanraking gekomen?
“Ik was 10, 11 jaar toen ik met een vriendje van school mee ging naar atletiek. Eerst ben ik de meerkamp gaan doen. Uiteindelijk bleek ik goed te kunnen werpen en ben ik me daarop toe gaan leggen.”
Van kleine jongen naar topsporter. Hoe verliep dat?
“Eigenlijk is het heel natuurlijk verlopen en was kiezen voor de sport geen moeilijke keuze. In de loop van de tijd ben ik steeds meer gaan trainen. Het ging van kwaad tot erger. Ik ben begonnen met meerkampen in de regio en later ook mee gaan doen aan internationale wedstrijden discuswerpen. In 2003 werd ik in Finland Europees kampioen bij de junioren. Toen ik uiteindelijk als 20-jarige senior werd, heb ik wel een kloof moeten overbruggen, zowel fysiek als technisch.”
Waarom discuswerpen en geen teamsport bijvoorbeeld?
“Met discuswerpen ben ik continu mijn grenzen aan het verleggen en dat is in een teamsport lastig. Je kunt dan wel ergens in uitblinken, maar dan moet je wel iedereen van je team mee hebben. Met discuswerpen ben je verantwoordelijk voor je eigen prestaties.”
Je bent onlangs tijdelijk gestopt met je studie. Was het niet meer te combineren?
“Ik studeerde fysiotherapie en had mijn propedeuse gehaald. Ik wilde aan het tweede jaar beginnen, maar merkte dat ik zo met mijn hoofd bij atletiek zat. Dat moest anders! En dat ging heel rigoureus. Ik heb in een pauze mijn laptop dichtgeklapt en ben weggegaan. Ik kan beter één ding goed doen dan twee dingen half. Ik heb tegen mezelf gezegd dat ik tot en met de Olympische Spelen alles voor de sport over heb. Ik wil tot de besten behoren en dan moet je er ook voor gaan. Niks naast mijn sport doen is het beste voor mij.”
Moet je veel laten voor je sport?
“Een biertje pakken met vrienden in de stad tijdens het seizoen gaat niet, maar dat maakt het extra leuk als het dan toch een keer kan. Alle rust die je kunt pakken, is meegenomen. Dat is zo belangrijk. Je moet als sporter wel keuzes kunnen maken. Dat is wel het moeilijkste van topsport. Vroeger was ik daar heel slecht in, maar het gaat me steeds beter af. Als sporter moet je wel redelijk egoïstisch zijn. Toch kan ik me geen leuker leven voorstellen dan dit. Het is één grote uitdaging. Ik zou dit mijn hele leven wel kunnen doen, vooral de vrijheid is prettig.”
Wat
doe je om jezelf te verbeteren in je sport?
“Ik ben in de loop der jaren steeds slimmer gaan trainen. Vroeger dacht ik dat als ik maar gewoon goed trainde, ik vanzelf beter zou worden. Op een gegeven moment kom je erachter dat dat dus niet zo is. Ik heb dit drie jaar geleden gemerkt. Ik was mentaal zo kapot door het harde trainen dat ik toen ziek aan het seizoen ben begonnen. Ik ben sinds vorig jaar ook bezig met een nieuwe werptechniek. Ik maak een kwartslag extra voordat ik ga werpen. Dit is niet gebruikelijk, maar het past wel bij mij. Toch blijft het een zoektocht, want ik heb nog steeds niet het idee dat het de perfecte techniek is.”
Enkele maanden geleden kwam je in actie op het WK
“Ja, maar dat ging niet zo goed. Maar soms moet je tegen een mislukking aanlopen voordat je weer verder kunt.”
Kijk je ook het kunstje af bij andere sporters?
“Het zou stom zijn als je niet goed kijkt naar iemand die beter is. Je probeert van al je concurrenten de sterke punten te bekijken. Als je er zelf iets mee kunt en het is iets wat bij je past, dan neem je dat over. Dus ja, je probeert wel wat af te kijken.”
Een discus werpen lijkt me zo makkelijk nog niet
“Er komt ook heel veel bij kijken. Als je gaat werpen, dan moet dat een combinatie zijn van kracht en ontspanning. Dat is ook wel het moeilijke. Je moet echt op het juiste moment kracht leveren.”
Je hebt een nominatie op zak voor de Olympische Spelen. Ga je voor goud?
“Eerst was mijn droom om alleen al naar de Olympische Spelen te mogen gaan, maar nu wil ik daar ook echt iets gaan presteren. Zo stel ik mijn doel steeds bij. Volgend jaar hoop ik ook over de 70 meter te gooien, dat is toch wel een droom. Ik zit nu nog een aantal meters achter de echte toppers en daarom is het niet realistisch dat ik op de Olympische Spelen een medaille ga pakken. Het zou wel het ultieme zijn, maar ik heb gewoon nog wel een stap te maken. Ik draai nu mooi mee in de top en verder doe ik het stap voor stap en stel ik mezelf graag realistische doelen.”
En als je naar de toekomst kijkt?
“Ik kijk uit naar de toekomst, want er zit zeker nog wel wat rek in. Voorlopig denk ik nog lang niet aan stoppen. Voor mij is het makkelijk om deze manier van leven vol te houden, waarbij ik wel kies voor veel rust, zodat ik kan herstellen. Je moet een balans vinden tussen trainen en rust en ik denk dat ik die wel heb gevonden. En als je het slim aanpakt, kun je nog heel lang meegaan in de sport.”
Tekst: Dafne van der Meer | Foto’s: Karin Böhmer
